Ziekten en plagen

Als groen wordt getroffen door een ziekte of plaag kan dit een bedreiging vormen voor de gezondheid en leefbaarheid van inwoners, planten en dieren.

Eikenprocessierupsen zitten vanaf half mei t/m juli op eikenbomen. U herkent ze aan de opvallende nesten op de stammen of dikkere takken. U kunt ze ook zien als ze in processie op zoek gaan naar voedsel.   

Klachten door brandharen

Er is vooral overlast vanaf half mei t/m juli en bij verdere verspreiding van de brandharen uit lege nesten (juli-september). De brandharen kunnen door de wind meegevoerd worden en dringen gemakkelijk in de huid, ogen en luchtwegen. Wat er dan gebeurt, lijkt op een allergische reactie. Ook dieren, met name honden en paarden, kunnen klachten krijgen, wanneer ze in contact komen met de brandharen.

Hoe voorkomt u ongemak?

Vermijd elk contact met de rupsen en resten ervan, zoals met vrijgekomen brandharen en lege nesten. Zorg bij een bezoek aan een (natuur-)gebied met eikenprocessierupsen voor goede bedekking van de hals, armen en benen en ga niet op de grond zitten.

Wat u kunt doen bij klachten:

  • Niet krabben of wrijven.
  • Verwijder de brandharen van de huid met plakband of kledingroller.
  • Spoel de huid en/of ogen goed met lauw water.
  • Was kleding op minstens 60° C.
  • Bestrijd de jeuk met verzachtende crème op basis van Aloë Vera, Calendula, Menthol of Eucalyptus.

Beheersing overlast

De eikenprocessierups kan voor vervelende situaties zorgen. Daarom beginnen we al op tijd met het nemen van maatregelen.

Uit voorzorg

We onderzoeken welke bomen vorig jaar het meest besmet waren. In en om die bomen gaan we biologisch bestrijden.
Dit doen we onder andere door:

  • Aantrekken van natuurlijke vijanden, zoals koolmezen en pimpelmezen, door bijvoorbeeld het ophangen van nestkasten en het aanpassen van maaibeheer.
  • Op plekken waar veel rupsen voorkomen wordt preventief bestreden. Dit doen we met de biologische middelen Xentari en nematoden. Op de volgende locaties zijn de eiken preventief bestreden:
  • Dronten: Gildepenningdreef, Guldendreef, Spoordreef en een gedeelte van het Dronterpad.
  • Swifterbant: De Greente, De Lange Streek, De Kokkel, Dahliastraat, Noordhoren en Tijgerbloem. 

Door Xentari en nematoden worden andere rupsen helaas ook gedood. Daarom zijn wij terughoudend met het toepassen daarvan en voeren wij deze behandeling ook alleen uit op locaties waar geen beschermde vlindersoorten aanwezig zijn en op relatief grote afstand van natuurgebieden.
Op dit moment is er nog geen bewezen effectief middel voor preventieve bestrijding beschikbaar dat alleen de eikenprocessierups doodt.

Bestrijding grotere rupsen

De ontwikkeling van de rupsen houden we goed in de gaten door de eikenbomen in het bebouwde gebied te inspecteren. Als er rupsen worden aangetroffen dan doen wij een rood/wit lint om de boom. Op het moment dat de rupsen nesten gaan vormen (vanaf mei) start een gespecialiseerd bedrijf met het verwijderen van de rupsen en nesten.

Melding doen

Ziet u de eikenprocessierupsen op een boom of op andere plekken? Geef het aan ons door. Zijn er veel bomen besmet? Dan bestrijden we als eerste bomen bij scholen en op plekken waar veel mensen komen.

Link naar de locaties van eikenbomen

U kunt online zien waar de eikenbomen staan. In deze bomen kunnen eikenprocessierupsen voorkomen.

Bomen op eigen terrein

Heeft u in uw tuin of op uw terrein eikenbomen staan die besmet zijn met eikenprocessierupsen? Schakel dan een gespecialiseerd bedrijf in om ze te bestrijden. U kunt online de contactgegevens opvragen van de aannemer die de bestrijding in gemeente Dronten uitvoert.

Meer informatie

Wilt u meer weten over de eikenprocessierups of wat u moet doen bij gezondheidsklachten? Ga dan naar de website van Kenniscentrum Processierups of Thuisarts.

De Japanse duizendknoop kan ook in uw tuin of op uw terrein voorkomen. Omdat de plant zich snel verspreidt is het belangrijk dat u deze bestrijdt.

Tips

  • Zoek uw terrein goed na. De plant verspreidt zich heel snel. Vaak is er naast de grote groeiplaats een aantal kleine groeiplekken in de directe omgeving;
  • Voorkom schade van de planten. Ieder stukje stengel of wortel met een groeiknoopje wordt weer een nieuwe plant;
  • Maai de duizendknoop alleen als u van de groeiplaats een grasveld maakt. In andere gevallen versnelt u door maaien de aanmaak van wortels. Daarmee vergroot u juist de kans op verspreiding.

Hoe herken ik de Japanse duizendknoop?

  • U herkent de Japanse duizendknoop aan het frisgroene blad;
  • In het voorjaar heeft het blad rode nerven;
  • Van augustus tot oktober heeft de plant witte bloemen;
  • De bladeren staan om en om op de stengel;
  • De stengels zijn bedekt met rode vlekjes;
  • De stengel is hol van binnen;
  • De plant is een grote bos met stengels die uit de grond komen;
  • De wortels zijn van binnen oranje;
  • Uit de wortelknol komen witte uitlopers. Deze lijken op asperges.

Hier staan afbeeldingen die u helpen om de duizendknoop te herkennen

Hoe kan ik de plant weghalen?

U haalt de plant op de volgende manier weg:

  • Uitgraven: graaf zo diep als nodig en verwijder alle wortelrestjes. Als er een klein stukje achterblijft, groeit hier weer een nieuwe plant uit. Dan is alle moeite voor niets geweest;
  • Uittrekken: trek in het groeiseizoen zo vaak als mogelijk alle stengels uit de grond. Doe dat in ieder geval een keer per twee weken;
  • Omvormen tot grasveld: maak van de groeiplek een grasveld. Maai dit in het groeiseizoen minstens ééns per twee weken. Daarmee put u de planten in de loop van een aantal jaar uit.

Hoe kan ik de plantafval en besmette grond afvoeren?

  • Doe plantafval van duizendknoop in de (ondergrondse) container voor restafval. Zo voorkomt u dat de plant zich via compost van groenafval kan verspreiden;
  • Breng grotere aantallen plantafval en grond met duizendknoop naar de Milieustraat. Geef altijd aan dat het om afval van Japanse duizendknoop gaat;
  • In alle gevallen geldt: gooi plantresten niet op de composthoop. Daar gaat de plant niet dood van.

Waar kan ik meer informatie vinden over de Japanse duizendknoop?

Meer informatie over het herkennen en bestrijden van de Japanse duizendknoop vindt u op de website van de Wageningen Universiteit.

Is er extra informatie voor aannemers?

De Japanse duizendknoop verspreidt zich heel snel door het verplaatsen van grond met wortelresten of door het achterlijven van stengelresten of besmette grond aan materieel aan bijvoorbeeld machines en handmaterieel. Ook liften plantresten vaak mee met schoenzolen, bezems of autobanden. De grootste oorzaak van de snelle verspreiding zijn daarom werkzaamheden in de openbare ruimte. Door samen te werken kunnen we verdere verspreiding van de planten zo goed mogelijk voorkomen.

Werken in besmet gebied

Als aannemer kunt u een grote bijdrage leveren aan het voorkomen van verspreiding. Daarom bent u in de gemeente verplicht de onderstaande werkinstructies te volgen en te werken volgens de aannemersinstructie Japanse duizendknoop (pdf onderaan deze tekst). Deze kunt u ook downloaden en gebruiken tijdens uw werkzaamheden.

  • Controleer of er Japanse duizendknoop in een werkgebied staat. Is het aanwezig, neem dan contact met ons op;
  • Heeft u gewerkt in een gebied dat besmet is met duizendknoop? Maak dan al uw materieel (inclusief schoenzolen, handmateriaal en banden) schoon;
  • Voer besmette grond en plantresten apart af. Geef bij storten altijd aan dat het gaat om resten van Japanse duizendknoop;
  • Instructie voor aannemers over de Japanse duizendknoop (PDF).

Heeft u overlast van de buxusmot?

Aangetaste buxus?

Uw planten en takken mogen bij het GFT-afval of naar de milieustraat.

Er is heel wat te doen rondom de buxusmot, een klein beestje met vaak grote gevolgen voor uw buxushaag of buxusplant. 

Mocht u van plan zijn om de aangetaste buxushaag of -planten te verwijderen uit uw tuin dan kunt u bij een kleine hoeveelheid gebruik maken van uw GFT-minicontainer, dit in tegenstelling tot eerdere berichtgeving. Er bestaat nu namelijk een composteerproces waarbij de aangetaste buxusplanten veilig kunnen worden verwerkt tot waardevolle compost, zonder het risico op verdere verspreiding van de buxusmot.

Buxusplanten of buxushagen horen niet thuis in de ondergrondse containers voor restafval. Hieronder staan de drie verschillende opties om van uw aangetaste buxusplant of haag af te komen.

  • In kleine hoeveelheden mag de buxus in uw GFT-minicontainer. Let wel op dat u de planten niet te hard aanstampt in de bak anders komen ze er misschien niet uit bij het ledigen;
  • U kunt de aangetaste buxushaag of buxusplanten naar de milieustraat brengen (perscontainer).

Schade voorkomen door bestrijden

De schade die de beestjes aanrichten uit zich vooral in dode blaadjes, kale takjes, bladskeletten en spinsel. Tijdens het hele groeiseizoen zijn er rupsen aanwezig die de buxus volledig kaal kunnen vreten. De plant krijgt daardoor geen kans te herstellen en zal uiteindelijk afsterven. Wees er snel bij om de rupsen te bestrijden, want in korte tijd maken ze complete buxushagen en -struiken kapot. Controleer uw buxus en verwijder alle rupsen (ook in de zomer en de herfst). De rupsen zitten vooral in de bovenste blaadjes. Aangevreten planten zijn vaak prima in staat om zich te herstellen, maar staan er dan wel een poos aangetast bij. Helaas blijven er veelal voldoende eitjes, rupsen of poppen aanwezig om de herstellende plant opnieuw kaal te vreten. Hebben de buren een buxus in de tuin? Dan is het belangrijk dat zij eveneens actief bestrijden. De buxusmot verspreidt zich namelijk snel.

Vervanging

Als alle buxusplanten zijn aangetast, is het een optie om de planten te vervangen door bijvoorbeeld een Japanse hulst. Dit is een plant die qua uiterlijk op de buxus lijkt en in de tuin dus hetzelfde effect heeft. Deze plant is echter ongevoelig voor de buxusmot en andere plagen die de buxus wél aantasten.

Meer informatie

Meer informatie over het herkennen en bestrijden van de buxusmot vindt u op de websites van de Vlinderstichting of de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.

Op diverse locaties in de dorpskernen zet de gemeente larven en poppen van lieveheersbeestjes uit in esdoorns en lindes. Dit vermindert de plaagdruk van de luizen in de bomen.