Ziekten en plagen
Als groen wordt getroffen door een ziekte of plaag kan dit een bedreiging vormen voor de gezondheid en leefbaarheid van inwoners, planten en dieren.
De Japanse duizendknoop kan ook in uw tuin of op uw terrein voorkomen. Omdat de plant zich snel verspreidt is het belangrijk dat u deze bestrijdt.
Tips
- Zoek uw terrein goed na. De plant verspreidt zich heel snel. Vaak is er naast de grote groeiplaats een aantal kleine groeiplekken in de directe omgeving;
- Voorkom beschadiging van de planten. Ieder stukje stengel of wortel met een groeiknoopje wordt weer een nieuwe plant;
- Maai de duizendknoop alleen als u van de groeiplaats een grasveld maakt. In andere gevallen versnelt u door maaien de aanmaak van wortels. Daarmee vergroot u juist de kans op verspreiding.
Hoe herken ik de Japanse duizendknoop?
- U herkent de Japanse duizendknoop aan het frisgroene blad;
- In het voorjaar heeft het blad rode nerven;
- Van augustus tot oktober heeft de plant witte bloemen;
- De bladeren staan om en om op de stengel;
- De stengels zijn bedekt met rode vlekjes;
- De stengel is hol van binnen;
- De plant is een grote bos met stengels die uit de grond komen;
- De wortels zijn van binnen oranje;
- Uit de wortelknol komen witte uitlopers. Deze lijken op asperges.

Hoe kan ik de plant weghalen?
U haalt de plant op de volgende manier weg:
- Uitgraven: graaf zo diep als nodig en verwijder alle wortelrestjes. Als er een klein stukje achterblijft, groeit hier weer een nieuwe plant uit. Dan is alle moeite voor niets geweest;
- Uittrekken: trek in het groeiseizoen zo vaak als mogelijk alle stengels uit de grond. Doe dat in ieder geval een keer per twee weken;
- Omvormen tot grasveld: maak van de groeiplek een grasveld. Maai dit in het groeiseizoen minstens ééns per twee weken. Daarmee put u de planten in de loop van een aantal jaar uit.
Hoe kan ik de plantafval en besmette grond afvoeren?
- Doe plantafval van duizendknoop in de (ondergrondse) container voor restafval. Zo voorkomt u dat de plant zich via compost van groenafval kan verspreiden;
- Breng grotere aantallen plantafval en grond met duizendknoop naar de Milieustraat. Geef altijd aan dat het om afval van Japanse duizendknoop gaat;
- In alle gevallen geldt: gooi plantresten niet op de composthoop. Daar gaat de plant niet dood van.
Waar kan ik meer informatie vinden over de Japanse duizendknoop?
Meer informatie over het herkennen en bestrijden van de Japanse duizendknoop vindt u op de website van de Wageningen Universiteit.
Is er extra informatie voor aannemers?
De Japanse duizendknoop verspreidt zich heel snel door het verplaatsen van grond met wortelresten of door het achterlijven van stengelresten of besmette grond aan materieel aan bijvoorbeeld machines en handmaterieel. Ook liften plantresten vaak mee met schoenzolen, bezems of autobanden. De grootste oorzaak van de snelle verspreiding zijn daarom werkzaamheden in de openbare ruimte. Door samen te werken kunnen we verdere verspreiding van de planten zo goed mogelijk voorkomen.
Werken in besmet gebied
Als aannemer kunt u een grote bijdrage leveren aan het voorkomen van verspreiding. Daarom bent u in de gemeente verplicht de werkinstructies te volgen en te werken volgens de aannemersinstructie Japanse duizendknoop. Deze kunt u ook downloaden en gebruiken tijdens uw werkzaamheden.
- Controleer of er Japanse duizendknoop in een werkgebied staat. Is het aanwezig, neem dan contact met ons op;
- Heeft u gewerkt in een gebied dat besmet is met duizendknoop? Maak dan al uw materieel (inclusief schoenzolen, handmateriaal en banden) schoon;
- Voer besmette grond en plantresten apart af. Geef bij storten altijd aan dat het gaat om resten van Japanse duizendknoop;
- Instructie voor aannemers over de Japanse duizendknoop.
Heeft u overlast van de buxusmot? Meer informatie vindt u op deze pagina
Eikenprocessierupsen zitten vanaf half mei t/m juli op eikenbomen. U herkent ze aan de opvallende nesten op de stammen of dikkere takken. U kunt ze ook zien als ze in processie op zoek gaan naar voedsel. Meer informatie vindt u op deze pagina.
Op diverse locaties in de dorpskernen zet de gemeente larven en poppen van lieveheersbeestjes uit in esdoorns en lindes. Dit vermindert de plaagdruk van de luizen in de bomen.