Ondermijning in Flevoland scherp in beeld
Zonder extra middelen worden keuzes steeds scherper.
Flevoland heeft in vergelijking met de rest van Midden-Nederland te maken met forse ondermijningsproblematiek. Dat blijkt uit het Urgentiebeeld Ondermijning 2025, opgesteld door het Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC) Midden‑Nederland, de zes Flevolandse gemeenten, de politie en het Openbaar Ministerie.
Flevoland is een uitgestrekte provincie met naast de (groot)stedelijke dynamiek van Almere en Lelystad, middelgrote gemeenten, dorpen en een groot buitengebied. Dat maakt het gebied aantrekkelijk voor criminelen die onder de radar willen blijven. Tegelijkertijd staan gemeenten en veiligheidspartners onder druk: de problematiek neemt toe, terwijl capaciteit en financiële middelen beperkt zijn.
Het urgentiebeeld is een eerste, integrale en gezamenlijk opgestelde duiding van ondermijning in Flevoland en betreft een momentopname. Omdat ondermijning zich niet volledig laat vatten in cijfers, is gekozen voor een combinatie van kwantitatieve data en kwalitatieve informatie uit de praktijk. Zo ontstaat inzicht in aantallen en trends, maar ook in werkwijzen, kwetsbaarheden en maatschappelijke effecten.
Jean Paul Gebben, voorzitter van het Districtelijke Integraal Stuurploeg (DIS) en burgemeester van Dronten: “Dit urgentiebeeld laat zien dat ondermijning in Flevoland diep verankerd is in onze samenleving. Veel ruimte en relatief weinig toezicht maken onze provincie aantrekkelijk voor criminelen. Voor bestuurders is dit beeld cruciaal: het geeft richting aan bestuurlijke keuzes, vraagt om meer en scherpere bestuurlijke rapportages en versterkt de gezamenlijke aanpak tegen ondermijning. Zonder extra middelen worden keuzes steeds scherper.”
Uit het urgentiebeeld blijkt onder meer dat Flevoland relatief vaak wordt geraakt door excessief geweld, zoals incidenten met explosieven, beschietingen en gijzelingen. Ook op het gebied van drugscriminaliteit en verdachte geldstromen blijkt dat een relatief groot deel van de incidenten zich afspelen in Flevoland ten opzichte van de rest van Midden-Nederland. Daarnaast zijn verschillende sectoren en locaties kwetsbaar, waaronder het buitengebied, de transportsector, bedrijventerreinen en de zorg.
Ben Nassir Bouayad, sectorhoofd Flevoland bij de politie: “Het urgentiebeeld maakt duidelijk waar de problematiek het meest urgent is en waar wij in de uitvoering keuzes moeten maken. Die keuzes kunnen we uitleggen, maar de realiteit is dat de druk toeneemt terwijl de middelen beperkt zijn. Meer financiële ruimte en middelen betekenen meer slagkracht op straat en in onderzoeken, en daarmee een effectievere aanpak van ondermijnende criminaliteit.”
Criminelen proberen hun activiteiten te verhullen door gebruik te maken van legale structuren en willen steeds vaker invloed uitoefenen op de bovenwereld, zoals bij bedrijven en overheden. Om hiertegen weerbaar te zijn, werken de Flevolandse gemeenten en veiligheidspartners samen volgens de Flevolandse Norm 2.0, gericht op een sterke bestuurlijke aanpak en het voorkomen van criminele beïnvloeding.
Roland de Kruijk, gebiedsofficier van Justitie: “Ondermijning tast het vertrouwen in de overheid en de rechtsstaat aan. Alleen door strafrechtelijke en bestuurlijke inzet te verbinden en informatie beter te benutten, kunnen we criminele netwerken duurzaam verstoren. Dat vraagt om een stevige gezamenlijke aanpak.”
De afgelopen jaren hebben de Flevolandse veiligheidspartners een goede basis gelegd en impuls gegeven op de integrale aanpak van ondermijning. Door op nagenoeg dezelfde wijze het bestuurlijk instrumentarium in te richten en maatregelen te treffen, worden in alle Flevolandse gemeenten en bij de provincie Flevoland dezelfde barrières opgeworpen voor criminelen.
Het urgentiebeeld vormt een belangrijke basis voor het verder versterken van deze lokale en regionale aanpak van ondermijning. De komende periode blijven gemeenten en veiligheidspartners inzetten op een betere informatiepositie, intensievere samenwerking en het benutten van het bestuurlijk instrumentarium, zodat gerichte keuzes kunnen worden gemaakt om ondermijnende criminaliteit zo goed mogelijk in kaart te brengen en te bestrijden vanuit een gezamenlijke aanpak.