Geschiedenis
‘Waarlijk, ons leven is te kort om wanneer wij iets tot stand willen brengen, het volmaakte te bereiken en geen fout te begaan. Veel beter is het daarom van tijd tot tijd maar eens door te tasten of door te hakken, op gevaar af zo en dan eens een fout te begaan.’
Dr. Ir. C. Lely
-
Eerste plannen
Al in de 17e eeuw werden in ons land binnenmeren drooggemalen met behulp van windmolens, waardoor niet alleen vruchtbare grond werd verkregen maar ook het gevaar van oeverafslag en overstroming werd voorkomen. Zware stormvloeden bleven echter de lage landen rond de Zuiderzee teisteren, vooral omdat in de Middeleeuwen een open verbinding met de Noordzee was ontstaan. Van grote delen van het omliggende land heeft de zee zich in de loop van de tijd meester gemaakt, terwijl eveneens grote gebieden van tijd tot tijd onder water liepen.
-
Afsluiting van de Zuiderzee
De in 1886 door particulieren opgerichte Zuiderzeevereniging bestudeerde de afsluiting van de Zuiderzee, om tot een betere waterbeheersing te komen voor de randgebieden. Over landaanwinning ten behoeve van de landbouw werd in die tijd, toen de landbouw een minder goede tijd doormaakte, nog niet gerept. Het was ir. C. Lely, die het onderzoek naar de technische uitvoerbaarheid en de economische wenselijkheid van de afsluiting en eventuele inpoldering van de Zuiderzee leidde.
-
Tweede Wereldoorlog
De Tweede Wereldoorlog vertraagde de plannen, maar toen in 1950 gelden uit het Marshall-plan voor de inpoldering beschikbaar kwamen, besloot de regering een begin te maken met de werkzaamheden voor de Oosterpolder. Met de bouw van de ringdijk werd nog dat jaar begonnen. Eerst werden de bouwputten gemaakt voor de gemalen Wortman (bij Lelystad-Haven), Colijn (bij Roggebotsluis) en Lovink (bij Harderwijk).
-
Officiële droogverklaring
29 juni 1957 werd Oostelijk Flevoland officieel droog verklaard. Er lag een onafzienbare moddervlakte, die vanaf dat moment geschikt moest worden gemaakt voor wonen, werken en recreatie. Voor de huisvesting van de arbeiders bouwde de gemeente Kampen extra woningen en werden barakkenkampen ingericht bij Roggebotsluis en Dronten. Later ook bij Biddinghuizen en Swifterbant.
-
De kern Dronten
De naam Dronten, die aan de eerste in Oostelijk Flevoland te bouwen woonkern is gegeven, werd ontleend aan het westelijk van Kampen gelegen poldergebied Dronthen. De stedenbouwkundige ir. J.J.van Tol kreeg in 1958 opdracht een structuurplan te maken. Na enkele bijstellingen kwam er een plan voor een woonkern van 20.000 inwoners.
-
Landbouwonderwijs
De komst van de Christelijke Hogere landbouwschool uit Ede betekende voor Dronten het eerste hoger onderwijs. In 1964 werd even buiten het dorp Dronten een tijdelijk gebouw geplaatst voor materialen en werktuigen. De school kreeg tevens de beschikking over 102 hectare grond voor akkerbouw en veeteelt.
-
De Meerpaal
De Amsterdamse architect Frank van Klingeren schiep De Meerpaal, een overdekte ruimte met theater naar Grieks model. In 1966 begonnen de bouwwerkzaamheden aan dit ontmoetingscentrum (kosten ruim 3 miljoen gulden). Eerste directeur was Ton van Horen. In 1967 vond tijdens een bezoek van de koningin aan Dronten de officiële opening plaats. In 1970 werd Bert Hoogeveen de opvolger van Ton van Horen als directeur.
-
De kern Biddinghuizen
Het structuurplan voor Biddinghuizen werd eind jaren vijftig ontworpen door de stedenbouwkundige ir. R. Hajema uit Assen. Het was een plan voor ongeveer 500 woningen met de daarbij horende voorzieningen. In 1963 vond de eerste bijstelling plaats: 750 woningen voor ca 3.000 inwoners. Na de instelling van de gemeente Dronten in 1972 werd de planning: 7.000 inwoners in het jaar 2000.Vanaf 10 oktober 1963 heet Biddinghuizen bewoond te zijn, toen jachtopzichter J.W.A Heymink zich met zijn gezin vestigde aan De Voor 6.
-
Flevohof
Vrijdagmorgen 21 mei 1971 om precies 06.49 uur liet prinses Beatrix een enorme wekker rinkelen. Het betekende de officiële opening van de Flevohof, de permanente landbouwmanifestatie aan de Spijkweg tussen Elburg en Biddinghuizen. Op hetzelfde moment rinkelden de reiswekkertjes, die de duizend genodigden hadden ontvangen. Vierentwintig jongens en meisjes vertrokken daarop,m voorzien van een mand met producten uit Flevoland, naar de provinciehoofdsteden.Prinses Beatrix en Prins Claus waren in alle vroegte naar de Flevohof gekomen. Zij deden daarmee de slogan ‘een dag op het land’ alle eer aan.
-
De kern Swifterbant
In de jaren vijftig kreeg prof. ir. W.J.G. van Mourik uit Velp de opdracht het stedenbouwkundig ontwerp voor de kern Swifterbant te maken. Het plan omvatte ongeveer 200 woningen voor ca 800 inwoners met daarbij voorzieningen als scholen, winkels en een industrieterrein. Er was in het dorp een centrale ruimte, De Greente, gecreëerd en de situering van winkels aan de rand van het dorp. In 1965 werd het plan opgewaardeerd tot 3.500 inwoners, o.a. om voor voldoende draagvlak voor de middenstand te zorgen.
-
De gemeente Dronten
Op 23 maart 1971 besloot de Tweede Kamer, op voorstel van minister Beernink van Binnenlandse Zaken, tot instelling van de gemeente Dronten. De nieuwe gemeente zou niet bij één van de bestaande provincies worden ingedeeld, maar voorlopig onder Binnenlandse Zaken ressorteren.
Eind 1971 werden verkiezingen voor de eerste gemeenteraad gehouden. Er waren 15 zetels te verdelen. Het CCP kreeg er 7, het PAK 4, de VVD 3 en de Gereformeerde Concentratie 1. -
Het carillon van het gemeentehuis Dronten
In 1986 aanvaardde de Gemeente een gift van de NMB-bank als eerste inleg voor een fonds voor een carillon. Spoedig volgden initiatieven om tot de oprichting van een carilloncomité te komen. In 1987 werden door het “Carillon Comité Dronten” aanzienlijke bedragen binnen gehaald. Allerlei acties zijn daarvoor gevoerd. Naast publieksacties werden spontane bijdragen op de geopende bankrekeningen gestort.

